![]()
De Belgische Militaire Expeditie te
Portugal, 1832-35
In 1832 was er een
burgeroorlog aan de gang in Portugal tussen de constitutionele koningin dońa
Maria en haar oom don Miguel met de absolutisten achter zich.
Doordat de koningin en haar vader, don Pedro de keizer van Brazilië, in
moeilijkheden verkeerde werd overgegaan tot de rekrutering van huurlingen in het
buitenland. Voor onze toenmalige regering was dat de ideale gelegenheid om zich
te ontdoen van zijn vreemdelingenbataljon dat wegens zijn tuchteloosheid berucht
was. Dit bataljon werd officieel ontbonden op 8 september 1832, doch het
volledige kader met zijn manschappen trad in dienst van de koningin van
Portugal. In oktober van hetzelfde jaar vertrok reeds een schip uit Oostende met
het eerste contingent “vrijwilligers”.
Een tijdje later werd een tweede keer gerekruteerd en wel onder de mensen van de
strafcompagnieën en de bewoners van de Militaire gevangenis van Aalst. Zo kon
een tweede eenheid worden opgericht, de zogenaamde Waalse Gardes, die zich
spoedig bij hun voorgangers aan de Taag voegden. In een periode van enkele
maanden, einde 1832 begin 1833, stuurde het jonge België ongeveer 1.100 man naar
Portugal. Deze eenheden droegen in hun grote mate bij tot het succes van de
krijgsmacht van de koningin.
Om dit succes te bevestigen kwam Don Pedro nogmaals naar België om te
rekruteren. Onze regering was, alweer om dezelfde reden, zeer gewillig en liet
manschappen ronselen in de reguliere eenheden, maar vooral in het
vreemdelingendepot, het partizanenkorps, de strafcompagnieën en te Aalst.
Daarmee kon een eerste bataljon worden gevormd, een tweede werd opgericht en
aangevoerd door majoor LE CHARLIER.
Deze gewezen
commandant van de “Tirailleurs van de Maas”, die te Brugge een onbewogen bestaan
leidde als commandant van de Burgerwacht. Belust op avontuur en om de verveling
te ontlopen bracht hij enkele oud bekenden bijeen, vulde dit aan met deserteurs
en richtte “zijn” korps op dat de “Tirailleurs van Portugal” werd gedoopt.
Tussen oktober 1833 en april 1834 werden nogmaals 1.100 man ingescheept richting
Portugal
Op 23 januari 1834 ontvangt het Belgische korps het vaandel uit de handen van de
koningin te Falmouth.
Het korps bestond uit 8 compagnies waaronder een compagnie grenadiers en een
compagnie artillerie. De operaties van het korps beginnen op 10 maart 1834 en
duurden ongeveer 4 maanden.
De acties worden
beschreven in een brief van Baron SA DA BANDEIRA
Nu de campagne gedaan is, is het
mijn taak, alvorens afscheid te nemen van uw korps, om u te bedanken voor de
manier waarop u uw korps geleid hebt gedurende de ganse periode dat u onder mijn
bevel stond, dit zowel op het vlak van de discipline als op het slagveld.
Te Serpa, als de weerstand van de vijand ons belemmerde de stad in een keer te
veroveren, was het met die zelfde vastberadenheid en moed met de welke u de
aanval bleef voeren. Waarvoor ik de eer heb gehad dit feit ter kennis te brengen
van zijne majesteit hertog de Bragance opperbevelhebber van het leger.
Te Saint-Bartholomé de Mecine, op 24 april, gedurende het lange gevecht dat we
voerden, was het onmogelijk meer moed en doorzettingsvermogen te tonen dan deze
van het korps van Belgische tirrailleurs. Gedurende de aanvallen van de vijand
op Faro en Alhao, op 5 en 9 mei, hebben de eenheden in lijn gevochten op een
uitmuntende wijze.
Tenslotte gedurende de pijnlijke en lange mars gevolgd door de terugtocht van de
vijandelijke divisies die doorgedrongen waren in de Algarves, maar die ons
toegelaten heeft deze zelfde divisie te ontwapenen heeft uw korps zeer veel
discipline getoond.
Ik vraag u om deze uitdrukking van mijn dank voor de ijver en interesse die u
getoond heeft voor de overwinning van de koningin over te maken aan uw
officieren korps.
Aangezien ik overweeg om een rapport op te maken in dezelfde zin voor zijne
Keizerlijke hoogheid, wens ik er de lijst aan toe te voegen van de officieren en
soldaten van uw korps die, voor hun uitstekend gedrag op het slagveld, verdienen
gedecoreerd te worden.
Na de beslissende overwinning van don Pedro konden in 1835 de Belgen die dat
wensten gerepatrieerd worden, de meeste huurlingen echter trokken naar Spanje
om daar hun talenten aan te wenden in een andere burgeroorlog.
Over het uniform is weinig geweten. Er wordt beweerd dat het uniform eruit zag
zoals deze van de partizanen van CAPIAUMONT maar dan in een bruine kleur.
![]()